Interview Marlien Kolmus (NZa)

“Niet alles wat gezondheid brengt, begint in de zorg”

Interview Marlien Kolmus (NZa)

“Niet alles wat gezondheid brengt, begint in de zorg”

Omzien naar elkaar begint voor Marlien Kolmus (Nederlandse Zorgautoriteit)  in het dagelijks leven. “Voor mij is omzien naar elkaar er voor elkaar zijn, als het nodig is en ook als het niet nodig is. Voor vrienden en familie, maar ook voor onbekenden. In die kleine dingen zie je hoe snel je al iets voor iemand kunt betekenen.”

Die gedachte neemt Marlien ook mee in haar werk als beleidsmedewerker binnen de unit Zorgbrede Regulering en Vernieuwing bij de NZa. Daar werkt zij aan vraagstukken rond toegankelijkheid, betaalbaarheid en vernieuwing van de zorg.

Van zorg organiseren naar samenleven versterken

Volgens Marlien is de zorg de afgelopen decennia steeds meer het antwoord geworden op allerlei maatschappelijke en persoonlijke vragen. Problemen die vroeger in families, buurten of gemeenschappen werden opgevangen, zijn geleidelijk onderdeel geworden van het zorgsysteem. Dat heeft veel gebracht, maar het heeft ook geleid tot een systeem dat steeds meer moet dragen.

“Door allerlei ontwikkelingen is steeds meer de zorg ingetrokken. Veel vragen uit het dagelijks leven worden nu opgelost via zorg. Daar zijn we aan gewend geraakt.” Tegelijk groeit het besef dat dat niet eindeloos door kan gaan. Voor Marlien zit de beweging daarom niet alleen in het verbeteren van zorg, maar juist in het versterken van de samenleving rondom mensen. “We stellen ons vaak de vraag: hoe organiseren we goede zorg in de wijk? Maar misschien moeten we veel vaker vragen: hoe zorgen we ervoor dat er minder zorg in de wijk nodig is?”

In die verschuiving ziet de NZa een belangrijke ontwikkeling. Niet alles wat bijdraagt aan gezondheid en welzijn hoeft vanuit professionele zorg te komen. Vaak ligt de basis al in het dagelijks leven van mensen zelf. Marlien: "Dat betekent niet dat professionele zorg minder belangrijk wordt. Integendeel: juist door de groeiende zorgvraag is het noodzakelijk om scherper te onderscheiden welke vragen om professionele ondersteuning vragen en welke vooral gebaat zijn bij een sterk sociaal netwerk, betrokken buren of een vitale gemeenschap. Een sterke samenleving vervangt de zorg niet, maar maakt het mogelijk dat professionele zorg beschikbaar blijft voor wie haar echt nodig heeft."

De kracht van de wijk

"Een sterk sociaal netwerk en een sterke wijk zijn in veel gevallen krachtiger dan medische specialistische zorg."

In buurten, netwerken en gemeenschappen zit een kracht die in het zorgdebat lang minder zichtbaar is geweest. “Een sterk sociaal netwerk en een sterke wijk zijn in veel gevallen krachtiger dan medische specialistische zorg. De sterkste zorg is de zorg die niet nodig is.” Dat inzicht maakt dat de NZa zich meer openstelt voor gemeenschapsinitiatieven in het land. Ze laten zien dat gezondheid en welzijn ook ontstaan in relaties, vertrouwen en nabijheid. “De kracht zit veel meer in de samenleving zelf. In het netwerk dat er al is. In mensen die elkaar kennen en naar elkaar omzien.”

Een andere rol voor organisaties en overheden

Voor de NZa brengt die ontwikkeling ook een fundamentele vraag met zich mee: wat is hun rol in een beweging die juist van onderop ontstaat? De organisatie werkt vanuit wetgeving, bekostiging en toezicht. Dat zijn structuren die niet vanzelf aansluiten op de dynamiek van buurten en gemeenschappen.

“Dat is voor ons echt een zoektocht. Wat moeten wij daar, als NZa? We willen onze handen er niet vanaf trekken, maar we willen het ook niet overnemen.” Volgens Marlien vraagt dat van de NZa om te ondersteunen waar nodig en ruimte te maken waar het kan. “Onze rol zit meer op de achtergrond: faciliteren, meekijken en leren van wat werkt.” Die beweging heeft inmiddels ook een plek gekregen in de nieuwe meerjarenstrategie van de NZa. Daarin is opgenomen dat een sterke samenleving de basis vormt voor betekenisvol leven."

De grote uitdagingen

In de praktijk ziet Marlien dat veel initiatieven nog vastlopen op de grenzen van het systeem. Vooral in de samenwerking tussen zorg en het sociaal domein ontstaat spanning. Gemeenten, zorgaanbieders, zorgkantoren, verzekeraars en bewoners werken ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheden. “Daar zit echt een grote uitdaging. Iedereen werkt vanuit zijn eigen routine en belangen. Dat maakt het lastig om samen een gezamenlijke uitgangspositie te vinden.”

Daar komt bij dat het zorgstelsel nog altijd sterk is ingericht op zorggebruik. Dat maakt het ingewikkeld om initiatieven te ondersteunen die juist proberen zorg te voorkomen of anders vorm te geven. “Het stelsel is nog sterk ingericht op zorgconsumptie. Dat is een prikkel die dit soort bewegingen soms juist tegenhoudt.”

Ruimte maken voor wat komt

Marlien ziet daarin een concrete rol voor de NZa. Niet als financier of uitvoerder, maar als partij die helderheid kan geven en ruimte kan helpen maken. “Wij hebben geen zak geld om dit te financieren. Maar we kunnen wel duidelijkheid scheppen. Voor zorgverzekeraars en initiatieven. Wat kan er binnen de regels? Waar zit ruimte?”

Leren van wat er al is

Voor de NZa is dit vooral een tijd van kijken, luisteren en leren. Begrijpen wat er al gebeurt, waar initiatieven tegenaan lopen en wat hen helpt om verder te komen. Marlien: “Steeds meer landelijke partijen zien dat de kracht in de wijk zit. Dat mensen en hun netwerk al zoveel kunnen betekenen voor gezondheid en welzijn. Misschien zou dat veel vaker ons vertrekpunt moeten zijn.” Als die beweging doorzet, hoopt Marlien dat burgerinitiatieven over vijf jaar meer ruimte hebben om hun werk te doen, als een vanzelfsprekend onderdeel van hoe we samen voor elkaar zorgen.

Reageren op dit artikel?

Wil je reageren op dit artikel? We zijn benieuwd naar jouw visie! Stuur een mail naar info@landvanomzien.nl

Lees meer

Eijsden: een krachtenbinder is een onmisbare schakel

Werkt aan een sterke lokale gemeenschap waarin bewoners zelf opdrachtgever kunnen zijn van krachtenbinders en ondersteuning.

Lees meer