In Rotterdam-Middelland begon het klein: een loempiakar in het park. Een tijdelijke ontmoetingsplek waar bewoners elkaar tegenkwamen. Wat ontstond, bleek groter dan een zomeractiviteit. Het groeide uit tot het Wijkpaleis, een vaste plek van en voor de wijk. Inmiddels is het Wijkpaleis ook de thuisbasis van Zorgvrijstaat, een initiatief waarin bewoners, professionals en vrijwilligers samen bouwen aan een gemeenschap waarin zorg, herstel en het dagelijks leven met elkaar verbonden zijn.
Na een tijdelijke locatie vestigde het Wijkpaleis zich in een voormalig schoolgebouw. De begane grond en tuin zijn open voor de wijk: voor maaltijden, workshops, reparatiecafés en ontmoeting. Op de verdiepingen werken ‘makende ondernemers’, zoals ambachtslieden en creatievelingen die werken met hout, textiel of muziek. Zij huren er ruimte en leveren in ruil daarvoor een sociale bijdrage aan de wijk.
Ook Zorgvrijstaat vond een thuisbasis in het Wijkpaleis. Voor initiatiefnemers Alexander Hogendoorn en Dennis Lohuis begon dat niet met een uitgewerkt plan. Alexander, opgeleid als sociaal werker en bestuurskundige, en Dennis, sociaal ontwerper, ontmoetten elkaar in Leeszaal Rotterdam West, waar Alexander vrijwilligerswerk deed. Vanuit hun verschillende achtergronden zagen zij hetzelfde: in de wijk leefden veel mensen met schulden, stress en psychische kwetsbaarheid, terwijl de afstand tussen formele zorg en het gewone leven groot was. Er was behoefte aan een plek waar mensen elkaar konden ontmoeten en iets voor elkaar konden betekenen.
Alexander: ‘We tuigden niks nieuws op, maar brachten dingen bij elkaar. En dat noemen we dan sociale infrastructuur.’ Vanuit koken, eten en samen zijn ontstond stap voor stap een gemeenschap waarin zorg, herstel en het dagelijks leven in elkaar overlopen.
De huurinkomsten van de makende ondernemers maken de publieke functies van het Wijkpaleis mede mogelijk. Zo blijven koffie en maaltijden betaalbaar en toegankelijk. Voor de aankoop van het pand investeerde de wijk zelf. Via een obligatiecampagne leenden bijna 300 bewoners mee. Daarmee werd de wijk niet alleen gebruiker, maar ook eigenaar.
Het Wijkpaleis werd een plek waar mensen zich verantwoordelijk voor voelen. Vrijwillige inzet nam toe en werd zichtbaar gemaakt: in één jaar werd bijna 25.000 uur aan vrijwillige inzet geregistreerd. Activiteiten, hulp en ontmoeting vonden elkaar op één plek. De wijk investeerde geld, tijd en energie en vooral veel vertrouwen.
Tijdens een meet-up van het Land van Omzien was het Wijkpaleis het decor én het levende voorbeeld. In de verhalen van bewoners, professionals en vrijwilligers werd zichtbaar wat er kan ontstaan wanneer mensen samen een zorgzame gemeenschap vormen.
Eigenaarschap ligt bij bewoners. Winst vloeit terug naar de wijk. Publieke en economische functies versterken elkaar. In het Wijkpaleis komen bovendien bewoners, professionals, vrijwilligers en ondernemers samen. Daardoor is het Wijkpaleis financieel zelfstandig, maatschappelijk gedragen en een stevige basis voor de sociale infrastructuur in de wijk.
Eigenaarschap vergroot betrokkenheid
Bewoners kunnen samen sociale infrastructuur dragen
Financiële onafhankelijkheid versterkt continuïteit
Ontmoeting vraagt om een vaste plek
Zorgzame gemeenschappen groeien vanuit bestaande contacten, activiteiten en plekken
Gemeenschappen hebben ruimte en ondersteuning nodig om hun eigen rol te vervullen
Overal in het land laten mensen zien dat het anders kan. In buurten, dorpen en gemeenschappen waar zorg en welzijn weer van ons allemaal worden.
Samen initiatief nemen verbindt een dorp
Zorgen voor elkaar begint vóórdat het nodig is