In Rotterdam-Middelland begon het klein: een loempiakar in het park. Een tijdelijke ontmoetingsplek waar bewoners elkaar tegenkwamen. Wat ontstond, bleek groter dan een zomeractiviteit. Het groeide uit tot het Wijkpaleis, een vaste plek van en voor de wijk.
Na een tijdelijke locatie verstilde het Wijkpaleis zich in een voormalig schoolgebouw. De begane grond en tuin zijn open voor de wijk: voor maaltijden, workshops, reparatiecafés en ontmoeting. Op de verdiepingen werken ‘makende ondernemers’ - denk aan ambachtslieden en creatievelingen die werken met hout, textiel of muziek - die ruimte huren en in ruil een sociale bijdrage leveren ‘social return’ aan de wijk.
De huurinkomsten maken de publieke functies mogelijk. Zo blijven koffie en maaltijden betaalbaar en toegankelijk. Voor de aankoop van het pand investeerde de wijk zelf. Via een obligatiecampagne leenden bijna 300 bewoners mee. Daarmee werd de wijk niet alleen gebruiker, maar ook eigenaar.
Het Wijkpaleis werd een plek waar mensen zich verantwoordelijk voor voelen. Vrijwillige inzet nam toe en werd zichtbaar gemaakt: in één jaar werd bijna 25.000 uur aan vrijwillige inzet geregistreerd. Activiteiten, hulp en ontmoeting vonden elkaar op één plek. De wijk investeerde niet alleen geld, maar ook tijd en energie en vooral vertrouwen.
Eigenaarschap ligt bij bewoners. Winst vloeit terug naar de wijk. Publieke en economische functies versterken elkaar. Daardoor is het Wijkpaleis financieel zelfstandig én maatschappelijk gedragen.
Eigenaarschap vergroot betrokkenheid
Bewoners kunnen samen sociale infrastructuur dragen
Financiële onafhankelijkheid versterkt continuïteit
Ontmoeting vraagt om een vaste plek
Overal in het land laten mensen zien dat het anders kan. In buurten, dorpen en gemeenschappen waar zorg en welzijn weer van ons allemaal worden.
Samen initiatief nemen verbindt een dorp
Zorgen voor elkaar begint vóórdat het nodig is