In de gemeente Opmeer staat bewonersparticipatie niet op papier, maar in de praktijk centraal. Burgemeester Gerard van den Hengel ziet het als een voorwaarde voor goed bestuur: inwoners vroeg betrekken bij beleid dat hun dagelijks leven raakt.
“We doen het namelijk niet voor onszelf: we doen het voor onze inwoners.”
Opmeer kent een rijk verenigingsleven en actieve dorps- en gemeenschapsraden. De gemeente sluit daarop aan door te faciliteren in plaats van te sturen.
Via onder meer wijkschouwen gaan inwoners en gemeente al fietsend in gesprek over wonen, ontmoeten en leefbaarheid. De agenda komt vanuit de dorpen zelf.
Ook jongeren en kinderen krijgen een stem. Met jongerenwerkers in de buurt, het platform Opmeerleeft.nl, kinderburgemeesters en vergaderingen op scholen wordt actief gezocht naar hun perspectief.
Door inwoners vanaf het begin te betrekken, nam het begrip toe en nam weerstand af. Mensen voelen zich gehoord en serieus genomen. Bewonersparticipatie bleek geen vertragende factor, maar juist een versneller.
“Als je vanaf dag één samen optrekt, sta je sterker.”
De gemeente verplaatst het zwaartepunt van beleid naar de leefwereld van inwoners. De rol van de overheid is ondersteunend, niet bepalend. Dat creëert eigenaarschap en draagvlak.
Vroegtijdige betrokkenheid voorkomt weerstand
Bewonersparticipatie versterkt beleid én gemeenschap
Jongeren en kinderen leveren waardevolle inzichten
Vertrouwen werkt beter dan controle
Overal in het land laten mensen zien dat het anders kan. In buurten, dorpen en gemeenschappen waar zorg en welzijn weer van ons allemaal worden.
Bij de Halte laat zien: iedereen kan van betekenis zijn.
‘Als mensen er voor elkaar zijn, is veel zorg overbodig.’